Trailrun devil’s kitchen

Devil's kitchen, trailrunning, Wales

Wind
Worstelend tegen de wind prik ik mijn stokken in de rotsige bodem en zet wankelend een paar stappen. Om mij heen zie ik alleen maar gras en stenen in een glooiend perspectief. Nergens een plek om even te schuilen voor de wind. Tot mijn verrassing sta ik na een paar meter op een duidelijk pad. Dan maar hier mijn windjack aantrekken. Met een voet sta ik op mijn beide stokken, zodat die niet wegwaaien. Mijn rugzakje klem ik tussen mijn benen en voorzichtig trek ik mijn jack eruit. Een mouw zit binnenstebuiten, maar de wind waait hem in een flits weer goed. Nu even stevig vasthouden, armen erin, rits dicht en wouw, wat een verschil. De wind neemt niet af, het zicht is nog steeds nihil, maar ik voel me comfortabel en ik ben weer op de goede weg.

Ochtendgloren
Een klein uur eerder ben ik gestart vanuit Nant Ffrancon valley in het Noorden van Wales. Het begint net licht te worden en na een kleine kilometer zie ik het trappetje (‘stile’ op zijn Brits) naast de weg dat over een hek heen leidt. Nog voordat ik bij het trappetje ben, zijn mijn voeten doorweekt. Even flitsen de trenchfeet uit de blogs van Maarten door mijn hoofd, maar zo lang ga ik vandaag niet op pad zijn! De helling is bezaaid met plukken gras en stenen en net als ik denk dat ik het pad volg, ben ik het alweer kwijt. Ik volg zoveel mogelijk de schapenpaadjes en moet op sommige stukken door heerlijk zompig terrein omhoog. Het wordt steeds steiler en ik ben heel erg blij met mijn geleende stokken. Ik zak nog steeds regelmatig tot over de helft in de drassige bodem weg, maar alleen met een stok!

Matsch

Langzaam stijg ik de wolken in en de wereld wordt steeds kleiner. De route heb ik op mijn horloge staan, maar ook op de kaart die ik had, stond geen echt pad. Ik volg dan ook meer de logica van de helling dan van het lijntje op mijn horloge. Ik weet dat ik ergens over een rand moet komen en dan op een langgerekte bergrug uitkom. Als de mist even een klein stukje optrekt zie ik dat ik bijna in het eind van een dal sta met allemaal enorme rotswanden om mij heen. Op hoop van zege volg ik weer een schapenpaadje omhoog, want hier terug naar beneden is ook niet fijn. Inderdaad loopt er een vaag spoor naar een pasje. Net onder de pas eet ik even een boterham, want ik verwacht dat ik eenmaal uit de beschutting geen gelegenheid meer krijg om rustig iets te eten. Tien minuten later stap ik onder toeziend oog van een handvol schapen over de rand van de bergrug en worstel tegen de wind in op zoek naar een plek om mijn jack aan te trekken.

Lijntjes volgen
De route is nu goed te volgen en loopt over de bergrug naar het zuiden afwisselend iets omhoog en omlaag. Een rotspunt omzeil ik over dikke rotsblokken en daar is het pad even weg, maar ik vind het snel weer terug. Ik loop over velden kort gemaaid gras, over ingesleten geulen en door drassige stukken grasland. Mijn stokken waaien regelmatig onder me weg en dan moet ik oppassen dat ik er niet over struikel. Opeens zie ik in de mist twee mensen voor mij opduiken. Tien seconden later zie ik dat het weer zo’n stile is waar ik overheen mag klimmen. Her en der schieten schapen voor mij weg, maar verder is het uitgestorven en grijs. Eenmaal op de top van Y Garn, het hoogste punt van mijn route, kan ik achter een muurtje even rustig wat eten. Op weg naar de laatste pas trekt de mist helemaal op en kan ik me snel op de kaart oriënteren waar ik de bergrug moet verlaten.

Devil’s kitchen
Bij het meertje Llyn Y Cwm volg ik het pad scherp naar links, devil’s kitchen in. Dit is een steile afdaling van 400 hoogtemeters over rotsblokken die als grote en kleine treden zijn geplaatst. De wind is hier weer gaan liggen en dat is wel fijn voor de concentratie. Ondanks mijn stokken verzwik ik toch mijn enkel bij een hoge afstap. Gelukkig is er een beekje een meter van het pad, dus hop, koelen. Gelukkig wordt mijn enkel niet dik en eenmaal bij het bezoekerscentrum besluit ik via een kleine, maar rustige omweg weer terug te lopen naar het begin van het dal. Vies, nat en uiterst tevreden schuif ik in de keuken aan voor een mok hete thee en een bak warme muesli. De radio laat knetterharde grungemuziek horen, maar bij die wind van vanochtend, valt die herrie best mee!