Monschauer Treppenlauf

Terwijl in Nederland de ene na de andere wedstrijd wordt ingekort of afgelast vanwege storm Ciara, rij ik voor de storm uit naar Monschau. Ik ben nog nooit in dit idyllische stadje in de Eifel geweest, maar de historische Altstadt en de vele hoogtemeters beloven alle goeds. De loopgroep TV Konzen organiseert vandaag voor de zestiende keer de Monschauer Treppenlauf en dit lijkt me de ideale manier om wat hoogtemeters in de benen te krijgen.

Aangekomen op het sportpark bij Monschau parkeer ik op een nog bijna verlaten parkeerterrein dat al snel volstroomt met andere auto’s. Die hebben allemaal witte kentekens. Ik had niet anders verwacht. Wat onwennig schaar ik me tussen de wachtende lopers en probeer een praatje aan te knopen met de loopster naast me. Zij traint hier elke week een paar keer, maar heeft ook nog niet eerder meegelopen. De totale groep bestaat uit ongeveer 40 lopers en het aandeel vrouwen vind ik behoorlijk hoog liggen. Vlak voor negenen neemt Herr Helmut het woord en legt uit wat we gaan doen. We zullen het eerste gedeelte als groep bij elkaar blijven en na de versnapering bij ‘Schmiede Beppo’ in twee tempogroepen de route uitlopen. Het doel is om vandaag 1.000 hoogtemeters te maken en vooral veel te genieten.

We starten in een lange bonte sliert richting de stad, waarbij het mij opvalt dat we omlaag lopen! Na de eerste bocht steken we over en mogen de trap op. Deze bestaat uit verschillende delen, waar geen eind aan lijkt te komen. De kuiten zijn wakker geschud! We lopen over een asfaltweg weer glooiend omlaag en de binnenstad in. Inmiddels heb ik al tig foto’s gemaakt, want de uitzichten zijn prachtig. Eenmaal in de binnenstad lopen we over onhandige kinderkopjes door de winkelstraat en slaan plotseling linksaf door een smal steegje dat niet breder kan zijn dan een meter. Dan volgt een trappetje naar beneden, weer lopen we door een klinkerstraatje, dan volgt nog een trap naar beneden, waarna we voor de eerste keer op het marktplein staan.

Vanaf het marktplein volgt weer een klim naar boven. Dit keer via een andere route, maar weer met de nodige zweetdruppels. Dit keer komen we uit bij de burcht van Monschau en mogen we een kijkje nemen in de grote toren. De trap is erg smal, dus het is even wachten, maar we passen uiteindelijk allemaal in de overdekte uitzichttoren. Na de burcht lopen we nog een stuk over een steile weg verder omhoog het dorp uit. Voor een gedeelte wordt dit wandelen, want de stijgingspercentages zijn niet mals. Hierna mogen we weer volle bak naar beneden en volgen we vele trappetjes totdat we weer helemaal beneden zijn.

Het uitzicht in en om Monschau is telkens prachtig. Het wordt helemaal mooi als we een van de hellingen op mogen over een bospaadje dat zich steeds hoger boven langs de stad slingert. Ik ben helemaal in mijn element en geniet met volle teugen van de afdalingen die volgen na de inspannende klims! Ook aan deze kant van de stad komen we weer bij een cultuurhistorisch monument, de Hallerturm. Hierna volgen steile trappetjes terug naar de binnenstad. Als we er ongeveer 500 hoogtemeters op hebben zitten, houden we midden in de stad in een oude smidse pauze.

Na deze break deelt de groep zich in tweeën en mogen de snelle lopers zich helemaal uitleven. Ergens lopen zij echter verkeerd en komen we elkaar toch weer tegen en maken we een groepsfoto. Na nog heel veel trappen en hellingen zetten we koers terug richting het sportpark. Onderweg wordt telkens doorgegeven hoeveel hoogtemeters we erop hebben zitten en hier en daar wordt er diep gezucht als we weer onderaan een trap staan. Dan is er eindelijk op een helling tegenover het sportterrein het verlossende 1000 hoogtemeterspunt. Iedereen wordt onder luid applaus binnengehaald en vanaf hier hoeven we alleen nog een stukje naar beneden. De hoogtemeters hebben er bij mij aardig ingehakt, dus ik heb geen zin meer om mijn kilometers op een rond getal af te ronden. In plaats daarvan schuif ik bij de rest van de groep aan en geniet met volle teugen van de door diverse vrijwilligers gebakken taarten! Na drie verschillende smaken en twee koppen veels te zoete thee geniet ik ook nog van een warme douche. Van de storm heb ik vandaag weinig gemerkt, de hoogteverschillen hebben meer indruk op mij gemaakt!

Filmpje door Mark

Vertical K-serie

Vertical K

Dinsdagochtend 28 november zie ik een aankondiging van de Vertical K-serie; binnen een maand op vier zaterdagen 1000 hoogtemeters maken. Eindelijk eens echte hoogtemeters en dat in Nederland! Ik twijfel wel, want wedstrijden, dat is niet echt mijn ding. Als ik al vrijwilliger ben bij een evenement slaap ik de hele week slecht, droom ik over foute wissels, mensen die door het ijs zakken, kortweg, alles wat er maar mis kan gaan. En als ik dan ook nog eens zelf moet presteren, wordt de stress nog hoger. Aan de andere kant, het is een challenge, ik hou wel van een beetje afzien en die hoogtemeters liggen mij wel. Veel tijd om me te bedenken heb ik niet, want er zijn maar een beperkt aantal plaatsen en voordat ik het weet, heb ik het aanmeldformulier ingevuld.

Het is november en de serie start in maart dus tijd voldoende om me voor te bereiden. Direct de week na de inschrijving raak ik echter weer geblesseerd aan mijn heup. Gelukkig duurt het dit keer geen half jaar voordat ik weer kan lopen, maar ik blijf voorzichtig en doe vooral veel krachttraining.

Op de ochtend van de eerste Vertical K zie ik op Facebook een promotiefilmpje waarbij een smalle metalen trap wordt opgerend. Niks trailrunschoenen dus, maar mijn nieuwe New Balance 880V mee! Ik heb geen flauw idee hoe lang ik er over ga doen, dus ik vind het lastig te bepalen hoeveel eten en drinken ik mee moet nemen. Ook de temperatuur stelt me nog even voor een dilemma. Het wordt lange mouwen plus korte mouwen, waarvan de eerste laag al snel uit kan. De wedstrijd zelf is gekkenwerk. Na drie keer de trap op ben ik de tel al kwijt. Constant word ik ingehaald, waarbij ik strak tegen de reling moet gaan hangen om de loper langs te laten gaan. Als ik een stuk of tien rondjes heb gelopen en me bedenk dat ik pas op een kwart zit, willen mijn benen niet meer. Toch ga ik door en door en door. Trap af gaat steeds beter, waarbij ik soms zelfs mensen kan inhalen. Diezelfde mensen halen mij dan weer in naar boven op datzelfde smalle trappetje. Tegen de tijd dat ik hoor dat ik er 43 rondjes op heb zitten, is het al heel rustig op de trap. Bijna iedereen is al klaar. Ik loop nog een stukje uit en verwacht dat die spierpijn nog wel komt.

Drie dagen lang loop ik als een pinguïn. De sportmasseur neemt me dan eens flink onder handen en moppert dat het de week ervoor er beter voor stond. Tegen de tijd dat het weer weekend is, voelen mijn benen weer prima.. Er volgen nu twee Vertical K-loze weekenden, die ik allebei in België doorbreng om te gaan klimmen. Uiteraard gaan mijn trailrunschoenen mee en zo kom ik toch nog aan wat prachtige trainingshoogtemeters! Het tweede weekend breekt er tijdens het klimmen een greep uit. Ik maak een kleine, maar erg onhandige voorklimmersval en bezeer mijn arm. Later blijkt mijn enkel er veel erger aan toe te zijn, want die is tijdens de val dubbel gegaan.

Ingetapet en wel sta ik het weekend erna in het bos bij Velp. Vandaag mogen we een heus trailpaadje op plus een uitzichttoren. Dit is meer het idee dat ik bij een Vertical K heb en ik ga weer vol goede moed van start. Bij het derde rondje kan ik niet meer. Mijn conditie lijkt wel nul en ik zie het niet zitten om nog 15 rondjes te moeten harken. Ik beloof mezelf dat ik vanaf rondje 5 met stokken mag lopen en dat gaat eigenlijk prima. De toren blijft het zwaarste stuk, maar met behulp van de leuningen kun je je benen flink ontzien. Na twaalf rondjes wordt het rustig op het parcours en zie ik dat je een prachtig uitzicht hebt vanaf de toren! Na achttien keer de bult op mag ook ik een beker cola gaan drinken en probeer ik het tape van mijn enkel te trekken. Niet alleen het tape gaat mee, maar ook reepjes vel. Dat zijn nog een tijdje heel irritante schuurplekjes.

De week erna mogen we van start in Landgraaf. Samen met Jesse en Justus reis ik af naar het Zuiden. Ik schrik behoorlijk als ik de trap zie die we straks op mogen. Wat een gevaarte! Onder getingel van de koeienbel mogen we los voor 13 rondjes naar boven en weer terug. Gelukkig is er een smal paadje naast de trap waar je flink vaart kunt maken naar beneden. Naar boven gaat echter steeds trager, want het is enorm warm. Langs ons heen wandelen dagjesmensen en rennen bootcampers van plateau naar plateau. Ook is er iemand hoogtemeters aan het trainen die mij telkens weer inhaalt. Na 13 rondjes ben ik ook echt wel klaar met het knijpen tegen de zon en mezelf die trappen opwerken.

De laatste Vertical K is in de skihal in Spaarnwoude en hier is een vrije inschrijving. Opeens sta ik met mensen aan de start die ik nog niet eerder gezien hebben. Ook lopen er veel deelnemers met een muts, dus onherkenbaar, rond. Gelukkig zijn er wel mensen die mij herkennen en me telkens als ze me inhalen aanmoedigen. Veel kan ik niet terug zeggen, want mijn longen hebben het al zwaar genoeg met ademhalen. Een paar keer moet ik echt stoppen van de hoestaanvallen, maar het lopen zelf gaat gelukkig best goed. Na 35 rondjes krijg ik felicitaties van Marc en ga ik in het halletje even zitten uithoesten.

Voor mijn gevoel heb ik best aardig gelopen. Uit de uitslagenlijst blijkt iets anders. Stonden er in eerdere lijsten altijd nog wel een paar mensen achter mij op de lijst, nu hebben ze de dames en heren gesplitst en ben ik een na laatste. Rationeel gezien weet ik dat ik alles heb gegeven wat mogelijk is. Mijn enkel was niet optimaal, maar daar had ik met lopen geen last van. Mijn longen waren niet helemaal schoon, maar of dat nou zoveel plaatsen had gescheeld? Psychisch geeft mij dit echter een grote knauw. Ik ben er nog weken chagrijnig om en verwijt mezelf dat ik toch mee heb gedaan. Ook het schrijven en publiceren van dit blog heeft daardoor even tijd nodig gehad. Ik kan niet meedraaien op dit niveau. Ik zal altijd een allroundsporter blijven die niet op één ding focust en er (dus?) niet goed in wordt. Ik zou niet nog een keer meedoen. Laat mij maar lekker mijn eigen hoogtemeterchallenge afronden, daar word ik veel gelukkiger van!

Fotocredits: MST, Marco Gouwens, Judith de Vos en Event-Photography

Trailrun devil’s kitchen

Devil's kitchen, trailrunning, Wales

Wind
Worstelend tegen de wind prik ik mijn stokken in de rotsige bodem en zet wankelend een paar stappen. Om mij heen zie ik alleen maar gras en stenen in een glooiend perspectief. Nergens een plek om even te schuilen voor de wind. Tot mijn verrassing sta ik na een paar meter op een duidelijk pad. Dan maar hier mijn windjack aantrekken. Met een voet sta ik op mijn beide stokken, zodat die niet wegwaaien. Mijn rugzakje klem ik tussen mijn benen en voorzichtig trek ik mijn jack eruit. Een mouw zit binnenstebuiten, maar de wind waait hem in een flits weer goed. Nu even stevig vasthouden, armen erin, rits dicht en wouw, wat een verschil. De wind neemt niet af, het zicht is nog steeds nihil, maar ik voel me comfortabel en ik ben weer op de goede weg.

Ochtendgloren
Een klein uur eerder ben ik gestart vanuit Nant Ffrancon valley in het Noorden van Wales. Het begint net licht te worden en na een kleine kilometer zie ik het trappetje (‘stile’ op zijn Brits) naast de weg dat over een hek heen leidt. Nog voordat ik bij het trappetje ben, zijn mijn voeten doorweekt. Even flitsen de trenchfeet uit de blogs van Maarten door mijn hoofd, maar zo lang ga ik vandaag niet op pad zijn! De helling is bezaaid met plukken gras en stenen en net als ik denk dat ik het pad volg, ben ik het alweer kwijt. Ik volg zoveel mogelijk de schapenpaadjes en moet op sommige stukken door heerlijk zompig terrein omhoog. Het wordt steeds steiler en ik ben heel erg blij met mijn geleende stokken. Ik zak nog steeds regelmatig tot over de helft in de drassige bodem weg, maar alleen met een stok!

Matsch

Langzaam stijg ik de wolken in en de wereld wordt steeds kleiner. De route heb ik op mijn horloge staan, maar ook op de kaart die ik had, stond geen echt pad. Ik volg dan ook meer de logica van de helling dan van het lijntje op mijn horloge. Ik weet dat ik ergens over een rand moet komen en dan op een langgerekte bergrug uitkom. Als de mist even een klein stukje optrekt zie ik dat ik bijna in het eind van een dal sta met allemaal enorme rotswanden om mij heen. Op hoop van zege volg ik weer een schapenpaadje omhoog, want hier terug naar beneden is ook niet fijn. Inderdaad loopt er een vaag spoor naar een pasje. Net onder de pas eet ik even een boterham, want ik verwacht dat ik eenmaal uit de beschutting geen gelegenheid meer krijg om rustig iets te eten. Tien minuten later stap ik onder toeziend oog van een handvol schapen over de rand van de bergrug en worstel tegen de wind in op zoek naar een plek om mijn jack aan te trekken.

Lijntjes volgen
De route is nu goed te volgen en loopt over de bergrug naar het zuiden afwisselend iets omhoog en omlaag. Een rotspunt omzeil ik over dikke rotsblokken en daar is het pad even weg, maar ik vind het snel weer terug. Ik loop over velden kort gemaaid gras, over ingesleten geulen en door drassige stukken grasland. Mijn stokken waaien regelmatig onder me weg en dan moet ik oppassen dat ik er niet over struikel. Opeens zie ik in de mist twee mensen voor mij opduiken. Tien seconden later zie ik dat het weer zo’n stile is waar ik overheen mag klimmen. Her en der schieten schapen voor mij weg, maar verder is het uitgestorven en grijs. Eenmaal op de top van Y Garn, het hoogste punt van mijn route, kan ik achter een muurtje even rustig wat eten. Op weg naar de laatste pas trekt de mist helemaal op en kan ik me snel op de kaart oriënteren waar ik de bergrug moet verlaten.

Devil’s kitchen
Bij het meertje Llyn Y Cwm volg ik het pad scherp naar links, devil’s kitchen in. Dit is een steile afdaling van 400 hoogtemeters over rotsblokken die als grote en kleine treden zijn geplaatst. De wind is hier weer gaan liggen en dat is wel fijn voor de concentratie. Ondanks mijn stokken verzwik ik toch mijn enkel bij een hoge afstap. Gelukkig is er een beekje een meter van het pad, dus hop, koelen. Gelukkig wordt mijn enkel niet dik en eenmaal bij het bezoekerscentrum besluit ik via een kleine, maar rustige omweg weer terug te lopen naar het begin van het dal. Vies, nat en uiterst tevreden schuif ik in de keuken aan voor een mok hete thee en een bak warme muesli. De radio laat knetterharde grungemuziek horen, maar bij die wind van vanochtend, valt die herrie best mee!

Oriëntatie met TROL

Orienteering

Terwijl we de kajak zo dicht mogelijk bij het logkastje varen, blijf ik met mijn haar in de laaghangende takken hangen. Toch lukt het me om de tag, die met een tiewrap om mijn pols zit, op het kastje te drukken. Als we allebei gelogd hebben, peddelen we weer verder De Mark op. Het riviertje is slechts 15 meter breed en zit vol met waterplanten. Regelmatig blijft mijn peddel erin hangen. Als we de slag te pakken hebben, begint het opeens keihard te regenen. Overal om ons heen zien we kleine putjes in het water ontstaan en weer dichttrekken. En wij peddelen er dwars doorheen.

Als we de vijf logkastjes op het water hebben gevonden, komen we weer terug bij de steiger. Het regent niet meer, maar we zijn drijfnat. Een uiterst behulpzame man van de organisatie helpt met aanleggen en zorgt ongewild voor een hilarische situatie. Als ik vanuit de kajak op de steiger wil gaan zitten, zegt hij ‘Ga de gij op uwe poep zitten?’. Ik krijg even een lesje Belgisch en klim gierend van het lachen het dijkje op.

Orienteering1 klein

Met een dikke glimlach begin ik als eerste met hardlopen. Judith rijdt naast me met de fiets en probeert tegelijkertijd de kaart te lezen. We denken flink de sokken erin te hebben, maar worden in vliegende vaart ingehaald door een mannenduo. Je kunt op elk gewenst moment starten, dus dit gebeurt ons nog regelmatig. Het kaartlezen en wisselen van lopen en fietsen gaat goed, totdat we in een bosgebied komen. Na drie logs moeten we weer terug naar de weg en ik neem een vlakkere omweg met de fiets. En dan ben ik Judith kwijt. Iets met richtingsgevoel zullen we maar zeggen.

Gelukkig vinden we elkaar weer terug en gaan we op weg naar logkastje 15. Hier lopen we strak voorbij en we belanden midden in een weiland! We hebben van de organisatie allebei een kaart meegekregen waar alle posten op staan. Je moet alleen nog zelf bedenken via welke weggetjes (geen doodlopende dus) je naar het volgende punt komt. Later begrijpen we dat de witte vlakken op de kaart bos zijn en geen grasland, dus dat verklaart een beetje onze desoriëntatie. Verder is het gewoon best lastig om vaart te houden en kaart te lezen zonder te vallen!

Nog een paar logs moeten we doen. We lopen nog een keer helemaal verkeerd, maar dat komt na diverse omwegen toch nog goed. De laatste kast vinden we pas na aanwijzingen van de organisatie en dan hebben we het gehaald! 25 posten, onze eerste duo-orienteeringwedstrijd! De route is keurig uitgezet door TROL orienteering club die als slogan heeft: ‘Trol Orienteering, the fun of getting lost’. Dat is ons op het lijf geschreven. Nu mogen we weer twee jaar wachten tot de volgende kajak-bike-run orienteeringwedstrijd, maar in de tussentijd worden er nog vele reguliere hardloop orienteeringwedstrijden georganiseerd en wie weet zijn we daar wel bij!

Orienteering
Laatste en ik ben nog Belg geworden ook!

Orienteering kaart

 

Maasdaltrail

Maasdaltrail

Lost
Vertwijfeld staan we stil. Moeten we nu rechtdoor, over die omgevallen boom, of rechtsaf? We hebben onze voorloper al zeker tien minuten niet gezien en een beetje onzeker sla ik rechtsaf. Al snel zie ik rechts naar beneden een hele grote metalen trap die uitkomt bij een beekje die uit een tunnel komt. Deliana is niet zo zeker van het pad naar rechts, dus roepen we in het dichtbegroeide bos in de hoop dat Jean Paul en John ons horen. Tot onze verbazing krijgen we antwoord uit de richting waar we vandaan kwamen! Rechtsomkeert dus en al snel zien we John lopen.

Tunnel
Nog geen twee kilometer eerder zijn we bij kasteel Elsloo gestart met de social trail Maasdaltrail, die Jean Paul organiseert. We lopen een parkachtige omgeving door en komen al snel bij de eerste trappen. De eerste, omdat er nog vele volgen. Na het schampen van de uitlopers van Elsloo komen we in een dichtbegroeid bos, waar het pad op en neer slingert langs de helling. Totdat we dus bij die omgevallen boom staan. Wij blijken een afslag gemist te hebben, of eigenlijk had daar even op ons gewacht kunnen worden. Al snel zijn we weer met zijn vieren. Na een prachtig stukje bos komen we bovenaan een hele grote metalen trap. Dezelfde trap dus! Nu mogen we deze wel af en gaan zelfs door de tunnel! Links van ons stroomt de beek door dezelfde tunnel en je ziet geen hand voor ogen, maar dat wordt al snel beter als ik mijn zonnebril afzet.

Afstekertjes
We volgen een pad door het bos en komen op een groot veld, waar we een paadje volgen tot het volgende bos. We kunnen hier een short-cut maken, maar het is nog wat te snel voor afstekertjes, dus lopen we mee. Heuvel af en heuvel op. En die heuvel op is steil! Gelukkig volgt er weer een vlakker stuk en nu de heren regelmatig op ons wachten en ons af en toe een stukje korter laten lopen, kunnen we redelijk relaxt en kletsend lopen. Naar mijn idee zijn we al snel in Bunde, het dorpje waarvandaan de route weer terug slingert.

Heuveltjes!
Volgens Jean Paul begint hier de ellende. Ik heb geen idee wat hij bedoelt, maar al snel is duidelijk dat die ellende bestaat uit heuveltjes, veel heuveltjes. We komen nu op het Zevenheuvelenpad, wat inhoudt dat er heuvels inzitten, maar de afdalingen zijn telkens korter dan de klimmetjes. Deliana begint serieus last van haar knie te krijgen, waardoor de afdalingen niet zo snel gaan. Zo kan ik toch af en toe even rusten. Als we weer de kans krijgen voor een short-cut doen we dat. Ondanks de rust gaat het met Deliana’s knie niet beter. Op navigatie gaat zij de kortste en meest vlak route terug naar het kasteel.

Total loss
Wij lopen de route verder en telkens als ik denk dat we bijna terug moeten zijn bij het kasteel, herken ik een punt waar we net daarvoor zijn langsgelopen. We lopen dus allemaal lusjes! Ondanks dat ik aangeef dat ik aan het eind van mijn Latijn ben, nemen we niet de kortste route terug. Niet veel later verklaart John zichzelf total loss. Jean Paul bikkelt ondertussen ongehinderd verder en zelfs heuvelop is wandelen er voor hem niet bij. Als we opeens huizen aan de overkant van de beek zien, begrijp ik dat dit Elsloo moet zijn. Een klein stukje dus nog. Plotseling zie ik onder ons de vijver van de kasteeltuin liggen en na een korte bocht zie ik het kasteel. Bijna vier uur zijn we onderweg geweest en een groot glas cola gaat er bij mij prima in. Jean Paul bedankt voor deze geweldig mooie route en besef dat jullie in een prachtige omgeving wonen!

Trailrunrondje Durbuy-Sy-Durbuy!

Trailweekend Durbuy

Na een middagje in de sneeuw spelen op de ExtraTrails bij Spa ga ik vandaag met Henri een langere trail lopen richting Sy. Dit keer slapen we niet in Sy, maar in Durbuy, omdat de Tukhut schade heeft opgelopen door de vorst. Een kijkje nemen in het dorp kan natuurlijk wel!

Na een paar kilometer asfalt en betonplaten mogen we de Ourthe verlaten en de paadjes op. Steil omhoog. Mijn hartslag schiet even hard mee. Daarna lopen we over kleine en grotere paadjes steeds hoger naar de hoogvlakte bij Tohogne. Hier liggen volledige ijsplaten op de landweggetjes en is het oppassen en lopen als een pinguïn! Op gedeeltes onder de bomen is alle sneeuw weg en kunnen we wat meer doorlopen, tenzij je klonten modder onder je schoenen krijgt.

Bij Verlaine sur Ourthe dalen we door het bos af naar Sy. Opeens zijn we van het pad op de gps af, maar lopen we nog wel op een leuk graatje dat steeds verder afzakt door het bos. De snelheid is er inmiddels uit en het is zoeken naar vlakkere gedeeltes waar we kunnen afdalen. Opeens sta ik helemaal vast. De helling is steil en ik kan niet meer voor- of achteruit, laat staan dat ik naar beneden durf. Dan maar omhoog! Op dat moment zien we dertig meter verder langs de helling een aantal touwen gespannen. Met enige moeite bereiken we de statische goed bevestigde touwen en laten we ons zakken naar het dal. Na zo’n 50 meter afdalen staan we bij een huis in de achtertuin, waar we met wat klauterwerk weer uitkomen. Helemaal uitgelaten lopen we over de spoorbrug Sy binnen en eten even een meegenomen broodje op de stoep van de Tukhut.


Vanaf Sy gaat het weer even steil omhoog naar de Route des Crètes boven de rotsen van de Ourthe. Doordat we iets te ver doorlopen zien we de schaapjes nog even, maar dan dalen we weer af naar het dal. Nu is het een paar keer op en weer af over goed begaanbare paadjes. Bij een vervallen hotel in De L’ Aisne waar de bediening bijna even oud is als de inventaris drinken we een paar koppen thee. Opgewarmd en uitgerust lopen we na de volgende klim kilometers lang over een bospad dat geleidelijk daalt. Waarschijnlijk het enige gedeelte vandaag waar we een beetje vaart maken! Eenmaal terug in de bewoonde wereld van Barvaux zijn we blij dat we bijna terug zijn. Als we echter het einde van het dorp bereiken zakt de moed me in de schoenen. ‘Wat heb ik nu weer bedacht’ flap ik eruit. Het weggetje gaat over in een giga steil bospad dat recht de helling op loopt. Nog even op de tanden bijten dus en dan zien we het huisje weer liggen.


Na een heerlijk warme douche krijgen we ’s avonds een massage die niet geheel zonder piepgeluiden verloopt. Dat het wel degelijk helpt blijkt de dag erna als we toch redelijk soepel een rondje kunnen hardlopen bij Bomal.

 

Though trailrunning in Noord Wales

Ik ben verwend! Verwend met paaltjesroutes in Nederland en perfect gemarkeerde paden in Duitsland en in de Alpen. Dat dit niet overal het geval is, kom ik te weten in de Nant Ffrancon valley in Noord Wales!

Ontdek je plekje
Vlak voor het avondeten besluit ik nog een klein rondje te lopen. Het kleine weggetje over de rivier af en dan rechtsaf over een houten trappetje waar het brede pad overgaat in een grasstrook. Schapen rennen mekkerend voor me uit en al snel zijn zij mijn oriënteringspunt, want ze volgen de makkelijkste weg! Als het pad weer iets breder wordt, sta ik op een prachtig idyllisch plekje aan de rivier. Echt iets voor een picknick!

Varens
Verder langs de rivier kan ik niet lopen, want daar staat een hek en een muur. Dan maar links langs de muur en weer rennen de schapen verschrikt voor mij uit. Ik baan me een weg door de varens en net als ik denk een duidelijk pad te zien, blijkt dat een beekje te zijn. Gelukkig liggen er grote leistenen over de beek en zo kom ik in een veld met varens. Heel veel varens. Telkens denk ik dat ik het pad kwijt ben, maar na elke derde of vierde stap zie ik toch weer iets van een spoor. Van hardlopen komt niet veel meer, maar gelukkig is het einde van het varenveld in zicht.

Klimmen en klauteren
Bij een boerderij loop ik bovenlangs de erfgrens en beland weer in een zompig stuk met veel varens. Soms kan ik een beetje hardlopen, maar overeind blijven is prioriteit. Als ik bij een rand met bomen aankom, blijken er twee hekken achter elkaar gebouwd te zijn en daarachter ligt het pad waar ik heen wil. Dan maar over het prikkeldraad en het houten hek heen. Nu loop ik op het MTB-pad langs de oude mijn. Bergen met leisteen liggen langs het pad en geven een desolate aanblik. Als ik eenmaal op het weggetje terug ben, kom ik een local tegen die met zijn auto keurig afremt om mij te laten passeren. Met natte voeten en een heel voldaan gevoel ben ik net voor het avondeten weer terug. Het eten smaakt heerlijk en ik voel me tevreden en verwend. Ook zonder markeringen!

Hardlopen helpt tegen een reiskater!

Vanochtend ben ik om 6 uur opgestaan om met bus, trein, vliegtuig en auto uiteindelijk in Noord Wales aan te komen. Na de lunch kijk ik scheel van de moeheid. Is het het tijdsverschil, het vroege opstaan, of al die indrukken onderweg? Dat ik een reiskater heb is overduidelijk, dus ik duik even een paar uur mijn bed in om te gaan slapen.

’s avonds na het eten begint het toch te kriebelen. ‘Zal ik even mijn loopschoenen aandoen?’. Met het eten net achter de kiezen, lees ik eerst nog maar een stuk in het boek waar ik vanochtend in begonnen ben. Ook trieste verhalen kunnen boeien en tegen de tijd dat ik het boek uit heb, is het na tienen. Ik twijfel om nu nog te gaan lopen, maar bedenk dat ik mijn nieuwe Petzl hoofdlampje mee heb genomen, dus als ik die meeneem, kan ik nog wel een rondje lopen!

Door het Nant Ffrancondal waar ik ben, lopen twee wegen parallel aan elkaar naar de pas aan het einde. Halverwege kan ik eventueel via een pad afsteken naar de overkant. Het eerste gedeelte van de weg loopt door een bosje en daar lijkt het al bijna donker. Daarna wordt het weggetje wat smaller en loop ik op split, zodat het toch een beetje onverhard aanvoelt. In de schemering kom ik langs een boerderij waar het licht vanzelf aanspringt, maar waar geen leven te zien is. Als ik achterom kijk, zie ik de zon ondergaan tussen de bergen en wordt het heel rustig in het dal.

Het weggetje loopt steeds verder het dal in en als ik bij de afslag bij ‘sheeprock‘ kom, besluit ik tot aan de pas door te lopen. De klimmetjes beginnen nu toch wel serieus te worden en na de laatste boerderij moet ik vol aan de bak om hardlopend op het volgende heuveltje te komen. Inmiddels is het donker en heb ik mijn Petzl aangezet. Na het zoveelste bultje begin ik me af te vragen hoe ver het nog is naar de pas. Het enige dat ik telkens zie in het licht van mijn hoofdlamp is de volgende helling! Opeens loop ik tussen de bomen en zie ik de huizen op de pas.

Nu is het alleen nog maar via de weg terug naar beneden. Ik dender over het voetpad langs de weg en breek al mijn snelheidsrecords. In mijlen, dat wel. Links van mij loopt een muurtje en als ik daar overheen kijk, zie ik honderden lichtjes. Allemaal schaapjes die recht in mijn hoofdflampje kijken, waardoor het lijkt alsof er allemaal spookjes liggen! Als ik bijna terug ben, moet ik toch nog twee keer vals plat naar boven en tegen die tijd heb ik ook wel genoeg van dat gejakker. Met net geen 10 kilometer op de teller ben ik weer terug in mijn kamer. Vies en bezweet, maar verlost van mijn reiskater!

Nant Ffrancon valley
Alles wat je nodig hebt tegen een reiskater!

Schuiteman Valleyrun

Valleyrun

Als ik Astrid vertel dat ik een kaartje heb gewonnen van looptijden.nl om mee te doen met een hardloopwedstrijd kijkt ze me verbijsterd aan. ‘Gewonnen? En dan moet je hardlopen? Dat klinkt als een straf!’. Toch komt ze de dag erop naar me kijken als ik ga lopen.

De wedstrijd
De Schuiteman valleyrun is gedeeltelijk verhard en, joepie, gedeeltelijk onverhard en door het bos. Vlak na de start worden we eerst door een woonwijk geleid en al snel slaat de 5 kilometer af en mogen wij een lange asfaltweg langs het spoor op. Het tempo ligt enorm hoog en ik probeer me een beetje op mijn hartslag te concentreren, zodat ik me niet in het eerste gedeelte opblaas. Als we eenmaal in het bos lopen en er naast het asfalt een onverhard pad loopt, ben ik niet meer te houden. Ik krijg hier echt energie van en loop opeens lichter en soepeler. Op elke kruising staan vrijwilligers om te zorgen dat niemand afdwaalt en ook staat er na elke kilometer een bordje met de afgelegde afstand. Prima geregeld dus!

Valleyrun
Met dank aan fotograaf Mike Kraan

De bult

We lopen op een breed karrenspoor dat in de verte omhoog loopt. Ik verheug me al op de bult, maar tot mijn teleurstelling slaan we vlak voor het steilere stuk linksaf. Wel komt hier de enige dertig meter mul zand in het parcours voor. Ik ben helemaal blij. Als we vlak daarna rechtsaf slaan, mogen we over een smaller pad omhoog, de bult op. Om me heen gaan steeds meer mensen wandelen, maar ik vind dit super en blijf heerlijk in cadans naar boven buffelen. Ik was door een paar locals gewaarschuwd dat er twee keer een stijging in het parcours zou zitten, maar helaas ben ik als ik op de bult aankom toch echt op het hoogste punt. Nu komen we weer op een breed pad waar we al snel langs de waterpost komen.

Supporters

Valleyrun

Na de waterpost gaat het glooiend naar beneden. Het loopt hier heerlijk door, al is het op open stukken aan de warme kant. Steeds meer mensen zie ik wandelen, maar ik blijf gestaag drinken en heb niet heel veel last van de warmte. Na een open veld, waar we gevolgd worden door een drone komen we weer in de buurt van de bewoonde wereld. In een bocht zie ik opeens een bekend gezicht: Astrid! Ik ben helemaal blij dat ik support heb langs de route en trek een grijns van oor tot oor. Het is nu nog dik twee kilometer en op de snelheid die ik nu loop is het de vraag of ik net onder het uur finish of niet. Ik kom in een groepje vrouwen te lopen die redelijk aan elkaar gewaagd is en we zetten er met zijn vieren flink de pas in. Volgens de gegevens op mijn horloge ga ik het niet binnen een uur halen, maar ik zet alles op alles om het laatste stuk te versnellen. Heel gemeen moeten we finishen na een tunneltje, dus nog even een sprintje volle bak naar boven. Met een dikke grijns kom ik over de finish in 1:00:05. En dat het parcours dan net geen 10 kilometer is, zal me worst wezen!

Valleyrun

Beloning
Direct over de finish word ik behangen met een medaille en krijg ik water aangereikt dat ik direct opdrink. Als ik een rondje heb uitgelopen rond het winkelcentrum word ik op mijn schouder getikt. Het is Astrid die vraagt of ik zin in ijs heb. Nou, dat wil er wel in met deze warmte! Na het ijsje krijg ik een heerlijke massage bij de masseuse van Massagepraktijk Bart Ros en kan ik uitgerust en gedoucht op bezoek bij Astrid thuis. Ik krijg de grootste tuinstoel die ze hebben en haar man en dochter komen met zelfgemaakte taart en ik krijg thee. Dat Astrid hardlopen als een straf ziet snap ik niet. Dit voelt allemaal als een beloning!

Valleyrun

Milan maakte dit filmpje toen ik bij hem en Astrid langs liep!

Trailrunning bij Melun

Als ik op vakantie ga, gaan mijn hardloopschoenen mee. Soms is het echter wel een beetje puzzelen wanneer het uitkomt om te gaan lopen, vooral als je met een grote groep weg bent en alles langzamer lijkt te gaan, zoals nu. Als er plannen worden gemaakt om ’s avonds na het eten te gaan klimmen, komt iemand met het lumineuze idee dat ik wel mee kan rijden en terug kan hardlopen. Een van de jongens verzekerd me dat het maar vier kilometer is, dus ik ben al snel om.

Het gebied tussen de rotsen en de camping bestaat uit uitgestrekte bossen met een paar N-wegen erdoorheen. Op de kaart heb ik al snel een interessante route gevonden, langs een waterpartij in het bos en een doorsteek naar de Seine waar de camping aan ligt. Veel te snel naar mijn zin zijn we al bij de parkeerplaats en mag ik het bos in. Ik vind het wel een beetje spannend, want ik kan wel redelijk navigeren, maar spreek geen woord Frans. Wel heb ik mijn telefoon mee en weten de anderen op de camping dat ik in maximaal anderhalf uur wel terug moet zijn. Niet dat ik anderhalf uur doe over vier kilometer, maar ik heb het vermoeden dat het wat langer gaat worden.

Ik volg een breed pad door het bos en kan het niet laten een smaller zijpaadje te nemen in plaats van de geplande afslag. Met een beetje richtingsgevoel neem ik na het slingerende paadje het eerste karrenspoor naar rechts en door een door ondergaande zon verlicht bos, loop ik richting het Noorden. Opeens zie ik aan mijn rechterhand een aantal informatieborden en een jaknikker naast het pad staan. Uit de plaatjes begrijp ik dat hier vroeger is geboord. Naar olie? Geen idee. Zo ver reikt mijn kennis van het Frans niet.

De waterpartij in het bos heeft de vorm van een groot karrenwiel. Deze is inmiddels zo overwoekerd door bomen, dat er van de oorspronkelijke vorm niets meer te zien is. Wel loop ik langs allemaal slootjes, wat op deze hoge zandgronden erg apart is. Als ik de doorgaande weg oversteek, blijkt dat ik toch niet op het pad zit dat ik wilde hebben, maar ik weet in ieder geval weer waar ik ben. In de verte zie ik een groot wit kruis midden op het pad opdoemen. Voordat ik daar ben, sla ik echter af om een pad in te gaan dat naar de volgende N-weg leidt. Op de kaart loopt dit pad niet helemaal door tot aan de weg en in het echt dus ook niet. Ik moet wat struinen door de bosjes en weet dan met gevaar voor eigen leven over te steken.

Nu komt het allerleukste van de hele route! Heuvelaf met kleine paadjes en oké, stiekem toch nog een slingertje omhoog en weer naar beneden. Onderaan de heuvelrug volg ik het spoor en loop na het oversteken van een asfaltweggetje verkeerd. Het karrenspoor raakt steeds meer overwoekerd door brandnetels en ander groen en op een gegeven moment is er geen doorkomen meer aan. Ik keer om en neem een klein pad de heuvelrug weer op. Mijn hartslag jaag ik daarbij over de 200 slagen per minuut. Niet alleen door de inspanning, maar mede door het feit dat ik weet dat ik verkeerd moet zitten.

Eenmaal bovenop de heuvelrug kom ik weer op het asfaltweggetje uit dat ik eerder kruiste en ik besluit dit naar het Noorden te volgen. De ondergrond blijft asfalt en ik kom langs een groot terrein met een enorme watertoren. Langzaam begint het te schemeren en ik probeer aan de hand van mijn logica de weg richting de camping te vinden. Dit gedeelte staat niet meer op de kaart, dus ik ben blij als ik een bekende weg zie. Hier sla ik af richting de Seine en na de laatste paar honderd meter sta ik eindelijk op de camping. Het duurde iets langer dan gepland, maar het waren dan ook dik tien, in plaats van vier kilometer!