Klimmen op Curaçao

‘Ga je klimmen op Curaçao? Ah ja, op de Christoffelberg zeker!’
Nou nee, daar kun je nou net níet klimmen, want die rotswanden zijn niet zo hoog plus in het nationaal park gelden andere regels. Wel kun je daar over een bijna volledig geëgaliseerd pad naar boven zwoegen, maar ik bedoel klimmen, echt klimmen, met touw en zo. Dat kan prima buiten het nationaal park. Daar is nog heel veel te ontdekken!

Emigratie
Inmiddels alweer twee jaar geleden vertrokken onze klimvrienden naar Curaçao om in een warmer klimaat te gaan wonen. En of we langskwamen. Het is mij dus heel lang gelukt om dat uit te stellen, vanwege dat warme klimaat, maar inmiddels heeft Stefan daar zoveel routes ingericht en behaakt dat ik overstag ben gegaan. En zo heb ik voor mijn vertrek bovenstaand gesprek, over klimmen op de Christoffelberg. Die zijn we trouwens ook op geweest. Binnen drie kwartier stonden we boven. Over sommige routes doe ik langer! 😉

Uitzicht vanaf de Christoffelberg

Ontwikkeling klimgebieden
Er zijn op het eiland twee initiatieven voor het inrichten van klimgebieden. Een groep Venezolanen richt zich met hun wedstrijdcoachingservaring op de aansprekende en zwaardere gebieden en Stefan heeft met ondersteuning van de NKBV (Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging) zich op de meer toegankelijkere routes gericht. Uiteraard ben ik heel blij met het niveau van de routes die Stefan geopend heeft, want meer dan een vijf ga ik niet trekken. Tot voor twee jaar was klimmen op het eiland totaal onbekend, waardoor er ook nog geen echte klimscene is. Toch weten steeds meer locals en toeristen de rotsen te vinden en vind je op internet steeds meer informatie.
Project Venezolanen https://www.rockclimbingcuracao.com/
Locals waaronder Bernice https://www.xventurecuracao.com/
Tijdens de week dat wij op Curaçao zijn, bezoeken we bijna alle behaakte klimgebieden. Alleen het gebied Tafelberg, dat nog in ontwikkeling is door de Venezolanen, bezoeken we niet. Bij alle gebieden valt het mij op dat je vanaf de auto maar een heel klein stukje hoeft te lopen. Dat voelt echt luxe! Overigens moet je niet denken dat je de auto op een fatsoenlijke parkeerplaats kunt zetten, want meestal sta je op een stukje zand dat het bordje ‘einde weg’ verdiend!

Roi Rincon
Het eerste gebied waar we klimmen is Roi Rincon. Vanaf de weg naar het vliegveld draai je een gravelpad in en rij je opeens in de bush bush! Het is er hartstikke rustig. Ook op het wandelpad ernaartoe zien we geen mens. Wel hoor je af en toe een vliegtuig opstijgen of landen, wat met een beetje verbeelding klinkt als een enorme zwerm bijen. Het klimmen vind ik geweldig. De rotsen zijn scherp en ondanks de warmte glijdt je er niet door zweethandjes af. Wel is afsteunen met de bal van je hand geen goed idee, want daar prikken de puntjes zo een gaatje in! De eerste twee routes klim ik zonder problemen voor. Bij de derde route kies ik wijselijk om hem na te klimmen en inderdaad heb ik hier een paar blocks nodig om boven te komen. Daarna klimmen we op een ander massief nog een aantal routes, maar na een route zoek ik de schaduw en de wind op! Terug naar de auto lopen we over een heel leuk paadje langs een lange overhangende wand die de Hanchi spelonk genoemd wordt.

Filmpje van de route terug langs de Hanchi spelonk

Fort Beekenburg
De dag erna rijden we naar Fort Beekenburg, waar we letterlijk naast de rots parkeren. Als we aankomen heeft het zowaar even geregend. We kijken even rond in en op het fort en dan is de rots alweer droog! We ontmoeten een aantal klimmers die op het eiland woont en hier vaker komt klimmen. We klimmen routes op een rotsblok dat letterlijk in zee ligt (Chain Block in de topo). De rots is niet heel erg groot, maar de routes zijn een aardige uitdaging! Ook hier voelt de rots scherp aan en kun je overal op gaan staan. Ondertussen wordt het alweer erg warm, maar tijd om nog even de zee in te duiken hebben we vandaag niet. Gelukkig komen we nog een keer terug bij fort Beekenburg om ook de formatie aan de andere kant van de weg uit te proberen (The Prow in de topo). Hier klim je vanuit een smalle doorgang tussen de rotsen op een grote plaat. Ook hier kan ik me weer heerlijk uitleven en kan ik alle routes voorklimmen. De topo van de routes op Fort Beekenburg vind je hier.

En als je denkt dat je op de foto gezet wordt, maar dat er dus een filmpje van je geschoten wordt terwijl je ondertussen maar blijft kletsen is dit het resultaat:

Piscadera
Bij Piscadera/ Seru Pretu (zwarte wand) sta je heerlijk in de schaduw, maar toch heb ik er geen meter geklommen. Het ligt niet aan de route naar de rotsen, die is redelijk steil, maar heel kort. Ook ligt het niet aan de rotsen, want die zien er geweldig uit; langere routes met lange verticale richels erin. Ik lig echter voor pampus door de warmte en beweeg even helemaal niet! Een vreemd gevoel bekruipt mij als er opeens een vloeistof langs mijn been loopt. Het slangetje van de waterzak in mijn rugzak waar ik op lig is losgeschoten. Moet ik toch nog opstaan.

Fabeltjes
Op de Kabrietenberg gaan we op onderzoek uit. We parkeren weer bij fort Beekenburg en lopen via de vlakste kant de heuvel op. Aan de westkant valt de rots in een keer naar beneden en kunnen we de Caracasbaai overzien. Met behulp van een aantal boompjes en een betonnen landmeetpunt maken we stand om met een abseil de wand te verkennen. Een snoeischaar is dan erg handig om wat bewegingsvrijheid te creëren! Howard gaat eerst naar beneden om al jumarend terug naar boven te klimmen. De wand blijkt meer dan 30 meter hoog, wat met een 60-metertouw maar net goed gaat.

Terwijl wij boven op de rots staan, horen we opeens flarden muziek naar boven waaien. ‘Hallo meneer de uil, waar brengt u ons naar toe? Naar Fabeltjesland? Uh, ja, naar Fabeltjesland…’ Komt er door de baai een boot langsvaren met heel hard ‘de fabeltjeskrant’ over de speaker. Hierbij doop ik de Kabrietenberg om naar Meneer-de-uil-berg! Ondertussen wordt het bovenop de rotsen ondanks de wind steeds warmer. Ik besluit naar beneden te lopen om af te koelen in de zee. Het water voelt heerlijk koel aan en door het hoge zoutgehalte blijf je er prima op drijven!

Kabrietenberg

Water
Uiteraard zijn we niet alleen op Curaçao om te klimmen, maar gaan we ook snorkelen, zwemmen, de bekende Christoffelberg op, hotspots bezoeken, wandelen en surfen. Klimmen kun je eigenlijk alleen in de ochtend, omdat het later te warm wordt. Je kunt proberen aan het einde van de dag de koelere massieven op te zoeken, maar het is er vroeg donker en niet overal even veilig. En ja, het is het hele jaar door zo warm! Mocht je van sportklimmen houden en naar Curaçao gaan, neem dan dus naast je klimspullen ook je zwemspullen mee! En als je klimspullen niet meer in je koffer passen kun je bij Stefan via Gecko Climbing Gear Rental Curaçao, GeckoCGR@gmail.com klimspullen huren!

Alle links die je tevens in de tekst hierboven kunt vinden:
Klimspullen huren: GeckoCGR@gmail.com
Topo Fort Beekenburg: http://stefaban.blogspot.com/2019/12/fort-beekenburg-climbing-area-guidebook.html
Info over klimmen op Curaçao: https://www.xventurecuracao.com/ en https://www.rockclimbingcuracao.com/
Wandelen op Curaçao (Facebook): https://www.facebook.com/HiddenTrailsofCuracao/
Blog van Niels Commandeur: https://www.verticaladventures.nl/blog/383637_rotsklimmen-in-curacao

Klimmen bij Roi Rincon
Regenboog bij Fort Beekenburg

Grosses Sidelhorn

Grosses Sidelhorn

Berghaus Oberaar
Sinds begin juli werk ik op 2383 meter hoogte in de prachtige bergen van Zwitserland. Als ik geen wc’s poets, bedden verschoon of de vaatwasser in- en uitruim, sta ik direct buiten de deur op een bergpaadje! Ik hoef dus niet te bedenken wat ik op mijn vrije dag ga doen, alleen nog waar!

Die falsche Fährte
De huisberg is de Sidelhorn. Stiekem heeft die nog een grote broer: De Grosses Sidelhorn en dat is mijn doel voor vandaag. Na een klein stukje rood-wit gemarkeerd wandelpad sla ik bij de Bäregghütte rechtsaf en volg de blauw-witte markering. Het pad is meer een vaag spoor en verdwijnt al snel in een blokkenterrein. Boven mij zie ik meerdere groepjes mensen lopen die ik al snel inhaal. Nu ik dichterbij ben, begrijp ik waarom ze zo langzaam lopen: Elk groepje bestaat uit minstens een begeleider en een gehandicapte wandelaar die zijn uiterste concentratie nodig heeft om door het terrein te komen. De markering is inmiddels heel spaarzaam en ik volg instinctief het voorste groepje. De begeleider waarschuwt mij echter dat zij van de route zijn afgeweken en dat ik dus verkeerd loop. Gelukkig is het terrein redelijk overzichtelijk en kan ik na een korte traverse een stukje omhoog klauteren en daar zie ik zowaar weer een blauw-witte markering!


Kraxlspaß
Ik probeer nu de markeringen in de gaten te houden en na het kruisen van een paar sneeuwvelden kom ik op het Gestlerlicke. Hier staat een hutje, ingebouwd tussen de rotsen op een prachtige plek hoog boven het dal! Helaas zit er een dik hangslot op de deur. Vanaf hier gaat de route zonder markeringen westwaarts over de Aaregraat naar de top van de Grosses Sidelhorn. Er zit een drietal mensen voor mij op de graat, zodat ik een richting heb die ik aan kan houden. Al snel sta ik op een schuinliggend puntig rotsblok dat aan alle kanten steil naar beneden loopt. Ik loop weer terug en probeer te ontdekken of de route onderlangs loopt, maar dat is minstens dertig meter lager. Ik kom terug bij het rotsblok en zie dan opeens een schlingetje in een Sanduhr. Dan moet het toch de bedoeling zijn om hierlangs te gaan. Met mijn handen hou ik mijzelf aan de bovenrand van het blok vast en schuifel met mijn voeten over een richel naar rechts. Dan kan ik op een bandje stappen en volgt nog zo’n blok. Het is spannend, maar wel heel erg leuk! Vanaf hier gaat een grote blokkengraat omhoog en is het telkens zoeken naar de handigste weg.


Gipfelblick
In de routebeschrijving wordt geadviseerd om de grote rood-gele pilaar via de zuidkant te passeren. De pilaar kun je niet over het hoofd zien, maar toch sta ik nog net iets te hoog voor de uitwijkroute. Ik moet een klein stukje afklimmen en vind hier de enige markering in de route: een rode verfstreep. Als ik voorbij de pijler ben, moet ik de graat weer op zien te komen. Het blokkenterrein is heel onoverzichtelijk, maar ik ben inmiddels zo dicht achter het groepje voor mij, dat ik hen grotendeels kan volgen. Het is een Zwitserse man met twee jonge kinderen aan touw. Daardoor zijn zij iets langzamer en haal ik ze op het laatste stukje naar de top nog in. Ik maak een paar foto’s van hen, die ik ze later toestuur. Vanaf de top kun je Berghaus Oberaar waar ik werk net niet zien. Wel heb ik uitzicht op de grote jongens aan de oostkant van de Berner Alpen zoals de Oberaarhorn en de Finsteraarhorn.


Hochstgeschwindigkeit
Vanaf de top daal ik weer af richting Gestlerlicke. Het valt niet mee om de makkelijkste route te vinden en vlak voor de rood-gele pilaar ga ik te vroeg de graat af en beland in een puinhelling waar de permafrost zich al flink heeft teruggetrokken. Met wat schuifwerk kom ik weer op vaster blokkenterrein uit en kan ik met route zoeken verder. Vanaf de Gestlerlicke volg ik de Aaregraat verder naar het Oosten. Hier zijn wel blauw-witte markeringen, maar die zijn erg summier. Een paar keer sta ik op een rotsblok waar ik niet vanaf kom en telkens als ik denk dat dit wel het laatste topje is, komt er weer een volgende. Uiteindelijk kom ik uit op de Triebtenseelicke en vanaf hier loopt een goed wandelpad naar beneden naar de Triebtensee. Ik kan eindelijk volle bak naar beneden rennen en dat voelt geweldig! Veel sneeuwvelden zijn inmiddels gesmolten, dus de enige obstakels zijn de stenen en het water op het pad. Eenmaal boven de Triebtensee heb ik weer een prachtig uitzicht op de Oberaargletscher, maar mijn camera is al een tijdje leeg. Ik heb echter nog genoeg vrije dagen om hier nog eens terug te komen en de ontbrekende foto’s te maken!

De route

Plattigspitze Ostgipfel Ostgrat 3+

Ostgrat door Hans Wenzel

Vanuit de Hanuaerhütte kijken we al een paar dagen lonkend naar de Plattigspitze. Het weer is echter erg wisselvallig en toen gisteren weer onbestendige regen werd aangekondigd, zijn we afgedaald naar het dal. En wat denk je? De hele dag mooi weer!

 

Vandaag moet het echter na een eerste buitje strak blauw worden, dus pakken we deze laatste kans. Als we net iets na achten ons Gasthof verlaten, miezert het een klein beetje, maar dat zal die eerste buienlijn nog wel zijn. We lopen flink door naar het einde van het dal en omhoog naar de hut. Onderweg komen we een paar groepjes mensen tegen die we herkennen van ons verblijf in de hut. Eenmaal bij de hut vul ik snel mijn waterzak helemaal vol en lijkt de zon voorzichtig door te komen. Toch blijft de bewolking hangen en als we bij de Parzinhütte van het pad af moeten, kun je nog geen 50 meter ver kijken.

 

De oriëntatie is lastiger dan we dachten, want van de ‘Steigspuren’ naar het begin van de route is niet veel te vinden. Op goed geluk lopen we op kompas in noordelijke richting en traverseren over grashellingen met af en toe wat stenen. Als het steiler begint te worden, slaat de twijfel toe. Howard gaat even om de hoek van een rots kijken hoe we verder moeten, maar aan de andere kant van de rots zit een afgrond. Toch maar schuin links omhoog dan. Ik ben blij dat we al eerder op natte grashellingen hebben gelopen, want dat valt niet mee met zo’n zware rugzak! Inmiddels hebben we echt het idee dat we te laag zitten, maar dan hoor ik door de mist toch een vreugdekreet. Het begin van de route!

Een grote ring markeert het begin van de route. Geen dikke rode markering of zo. Je moet het maar net vinden. Hier trekken we de gordel en klimschoentjes aan en hangen al het ijzerwerk om. Omdat de route nergens boven de derde graad uitkomt, klimmen we aan lopende zekering. We hopen zo iets sneller op te kunnen schieten. Zodra ik de route instap, voel ik me een stuk veiliger dan op dat gladde gras. De rots is ruw en heeft grote dikke spleten waar je makkelijk een greep voor je handen of voeten kunt vinden. De tussenzekeringen bestaan vooral uit ‘Kopfschlingen’, want telkens zijn er wel rotspuntjes waar je iets omheen kunt leggen.

 

Na de eerste touwlengte wisselen we bij de standplaats van voorklimmer, wat vooral betekent dat je alle zekermateriaal omhangt en vooral de overgebleven schlinges niet vergeet. In elke touwlengte zit halverwege een haak, zodat je de bevestiging krijgt dat je goed zit. De route wordt echter nergens moeilijk en we klimmen aardig door. Heel af en toe trekken de wolken even open en krijgen we een glimp van het dal of de tegenovergelegen bergen te zien. Ondanks het beperkte zicht geniet ik met volle teugen. Wat is dit toch heerlijk!

Aan het einde van de zevende touwlengte staan we in dubio. Volgens het gidsje zou dit de laatste lengte zijn, maar we staan niet in een ‘Scharte’ (een kommetje in een bergrug). We besluiten nog een stuk door te klimmen en als ik op de volgende rotskop sta, zie ik onder mij inderdaad een ‘Scharte’ met aan de overkant het begin van de abseilroute. Net als ik een standplaats wil maken om een enorm rotsblok, zie ik naast mij de geboorde standplaats zitten. Het is af en toe net een zoekplaatje!

Nadat we de abseilpiste bereikt hebben, wordt het een natte bedoening. De helling waar we afdalen is volledig begroeid met gras en dat is door de mist nog steeds nat, waardoor het touw ook snel doorweekt is. Tijdens het abseilen druk je al dat water uit het touw, waardoor je zelf zeiknat wordt! Omdat we met dubbeltouw klimmen, kunnen we de eerste drie abseils in een keer doen. Daarna lopen en glijden we naar de volgende abseil waarna het pad een stuk duidelijker wordt. Bij de abseil die daarop volgt zie ik verderop een paar dieren staan. Volgens Howard zijn het geiten, maar als we dichterbij komen, blijken ze wel erg grote hoorns te hebben. Het is een grote groep steenbokken, waar we in een grote boog omheen lopen. De jongere dieren dagen elkaar uit, maken gekke bokkesprongen en stoten met de koppen tegen elkaar.

 

We kunnen de steenbokken nog lange tijd zien, totdat we op het pad stuiten dat vanaf Gramais naar de Hanauerhütte loopt. Hier dalen we af naar de hut en moeten er dan nog flink de pas inzetten om op tijd voor het avondeten te komen in ons Gasthof. Ook vandaag krijgen we weer schnitzel en dat smaakt prima na zo’n lange toer! De touwen drogen wonderlijk snel en als we de dag erna terug naar Nederland rijden, laten we een bewolkt Tirol achter ons.

Gebruikte literatuur:
DAV Gebietsführer Hanuaerhütte (verkrijgbaar in de hut)
Kletterführer Lechtaler Alpen
Wanderkarte Tiroler Lechtal (1:25.000)

Fontaine Bleau

Fontaine Bleau

Voor de slimmeriken onder ons is de stad Fontaine Bleau verbonden aan het prestigieuze Business School INSEAD, voor de cultuurliefhebbers is het bekend om het middeleeuwse Chateau de Fontainebleau, maar wij klimliefhebbers associëren ‘Bleau’ zoals het liefkozend genoemd wordt met boulderen. Toen ik 14 was kwam ik al in Bleau. Toen nog op camping ‘Petit Barbeau’, waar we hutje mutje met de tentjes op elkaar stonden, de scheerlijnen bij de buren in de voortent, van die Franse hangtoiletten in het washok en of er douches waren, weet ik niet eens meer. Inmiddels staan we al weer jaren op camping La belle etoille in Melun. Deze camping is uitgerust met volledig ingerichte stacaravans en alle faciliteiten voor kinderen. Niet dat ik er gebruik van maak, maar voor anderen erg handig!

Voor waarschijnlijk meer dan de twintigste keer ga ik dit jaar naar Bleau. Dit keer met een allegaartje aan groepjes van mensen die elkaar deels kennen, deels familie zijn en deels niet eens klimmen. Ik beschrijf Bleau altijd als een grote zandwoestijn met wat bomen, waar een paar reuzen een heleboel rotsblokken hebben uitgestrooid. Op die rotsblokken staan gekleurde nummertjes en een kleur vormt een circuit. Elke kleur staat voor een moeilijkheidsgraad. Van wit voor de kids tot zwart voor de cracks. Je kunt een kleur helemaal volgen of je kiest uit de topo een boulderblok met een interessant probleem en gaat je daarop uitleven. Het klimmen in Bleau verveelt nooit. Er zijn zoveel verschillende gebiedjes met elk meerdere circuitjes, dat we elk jaar wel weer op een nieuwe spot uitkomen.

Meestal bedenken we ’s avonds waar we de dag erna heen rijden. Eenmaal aangekomen vindt er een volksverhuizing plaats naar een zonnige plek die we basiskamp dopen. Hier worden alle tassen en schoenen gedropt en verdwijnt iedereen alle kanten het bos in. Het voordeel van boulderen is dat je niet gezekerd hoeft te worden. Echter zonder maatje klimmen is niet geheel risicoloos, want iemand die jou ‘spot’ is wel erg fijn. Spotten wil zeggen dat je ervoor zorgt dat degene die klimt bij een val op zijn voeten terecht komt en niet zijn rug breekt. Het leuke van boulderen is wel de onderlinge saamhorigheid. Iedereen helpt elkaar, spot elkaar en behoedt ergens een schoen tegen het uitglijden.

Het klimmen op de soms afgesleten rotsen valt niet mee als je verder alleen in de hal klimt. Je hebt veel tricepsspieren nodig om jezelf uit te drukken op een rots en ook het op wrijving staan, oefen je toch niet zo intensief in de hal. Het voordeel hier is dat je makkelijk om een blok heenloopt als het te moeilijk lijkt. Lang leve de lol! Eigenlijk bevalt dat klimmen in de buitenlucht me wel. Het is dat mijn schoentjes zo strak zitten, maar anders kon ik het lang volhouden. Aan het einde van de dag rijden we via de supermarkt terug naar de camping. En laat er nou naast die supermarkt een groot filiaal van de Decathlon zitten! De prijs-kwaliteitverhouding is hier top, dus slimmeriken doen hier hun sportinkopen!

Fontaine Bleau

Frankendorfer Felsen

De TomTom geeft aan dat ik 50 meter te vroeg gestopt ben. Inderdaad is er vlak na het bruggetje een strook asfalt waar je met enige fantasie een parkeerplaats in kunt zien. Daar de auto neergezet, rugzakken aangesnoerd en terug over het bruggetje en omhoog door het weiland. Ik vind het altijd weer een verrassing om naar een nieuw klimgebied te gaan. Dit keer klopt de summiere routebeschrijving precies. Na het weiland steken we door een smalle strook bos en achter het volgende weiland doemt een dicht dennenbos op, waar we vaag de contouren van de Bergwachthut ontwaren. Bij de hut is een groot grasveld waar kampvuur gemaakt kan worden en vanaf het terras heb je een prachtig uitzicht over het dal en de heuvels erachter. Het is er oorverdovend stil en er staan hele velden met bloemen in bloei. Je zou er zo je tentje willen neerzetten!

Fränkische Schweiz Klimmen

De klimrotsen ‘Annasteinseite’ liggen direct achter de hut. Eigenlijk is het één grote rots, waar aan alle kanten routes op lopen. De makkelijkste route is een erg botanische route die met een grote traverse de hoek omgaat. Ik vind het prima eerst een route na te klimmen, zodat ik wat kan opwarmen voordat ik me in deze bushbush stort! Howard klimt de route Südriss die in het gidsje staat vermeld als 5. Gezien de tijd die hij erover doet om de route uit te klimmen, denk ik dat die waardering niet helemaal klopt, maar ik waag het erop. Na twee meter sta ik met mijn benen in een spagaat en zoek ik koortsachtig naar een goede greep voordat mijn spieren in de kramp schieten. Op de een of andere manier kom ik op het rotsbandje erboven en merk daar dat ik totaal geen gevoel meer in mijn vingertoppen heb. Het is vandaag een graad of 4, maar de kou van de rotsen trekt alle warmte uit je vingers weg. Ik ga op de rotsband zitten en probeer met knijpen en zwaaien het bloed en daarmee de warmte weer terug in mijn vingers te krijgen.

Fränkische Schweiz klimmen
In ‘Südriss’ met koude vingers

Na een paar minuten voelen mijn handen weer normaal en klim ik verder. Er volgt een kleine traverse en dan sta ik voor de eigenlijke Südriss. Een soort versnijding, waar heel veel grepen lijken te zitten, maar dan allemaal net op zijn kop! Ik moet flink kracht zetten en hoog doorpakken om door de scheur te komen. Koud heb ik het dan niet meer met een donsjas plus een windstopper aan! Mijn vingers lijken te wennen aan de kou en met af en toe even schudden van mijn armen hou ik voldoende gevoel om boven te komen. De bovenkant van de rots is één groot plateau waar wat boompjes en struiken groeien. Je kunt er gemakkelijk zitten en net als ik kijk waar ik terecht ben gekomen, komt zelfs de zon door! Er zit op het plateau geen echte stand. Iemand heeft twee schlinges aan elkaar geknoopt en die om een boompje en een struik heen gelegd. In het uiteinde van de schlinges zit een schroefkarabiner, die maar net het ene einde bij het andere einde van de schlinge kan houden. Omdat ik echter bij het abseilen geen risico wil lopen op een dwarsbelaste karabiner, verleg ik de schlinge door het bosje, zodat de karabiner vrij in het einde van de schlinge kan hangen. Zowel de schlinges als de karabiner zien er redelijk nieuw uit, maar toch kijk ik de eerste meters angstvallig naar de abseilconstructie. Eenmaal beneden is alle stress en de kou uit mijn lijf verdwenen. Dit was best lekker! Al kies ik liever een route met een tophaak!

De Frankendorfer Klettergarten ligt ten Noorden van het dorpje Frankendorf in Oberfranken in Zuid-Duitsland. De geklommen route staat onder andere vermeld in de klimgids ‘Frankenjura’, Band 1 van Panico Verlag.